De Brilkever is — afgezien van de prototypes uit de jaren dertig — de oudste Volkswagen Kever ooit gebouwd. Direct herkenbaar aan zijn kenmerkende gedeelde achterruit, die de auto zijn bijnaam gaf: de Brilkever. In Duitsland kennen ze hem als de Brezelkäfer, vernoemd naar de vorm van een Brezel (krakeling). Vandaag de dag zijn Brilkevers ware liefhebbersauto’s geworden — zeldzaam, geliefd en historisch bijzonder.
In totaal werden circa 390.000 Brilkevers gebouwd — nog geen 2% van het totale aantal gebouwde Kevers. Dat maakt de Brilkever tot één van de meest exclusieve en gewilde Kever-modellen ooit.
Hoe ontstond de Brilkever?
Toen Ferdinand Porsche de Volkswagen Kever in 1937/1938 ontwierp, had de auto helemaal geen achterruit. De wegen waren destijds vrijwel leeg, dus achteruit kijken was nauwelijks noodzakelijk. Pas na de Tweede Wereldoorlog — toen de echte serieproductie van start ging — werd duidelijk dat zicht naar achteren noodzakelijk was.
De oplossing was een gespleten achterruit: twee kleine raampjes gescheiden door een metalen spijltje. Dit gaf de Kever zijn karakteristieke uiterlijk én zijn bijnaam. De Brilkever werd gebouwd van 1945 tot 1953, waarna hij werd opgevolgd door de Ovaal Kever met zijn grotere ovale achterruit.

Oude techniek in de Brilkever
Als vroegste seriematige Kever-model zat de Brilkever vol bijzondere en ouderwetse techniek die zijn opvolgers later achter zich lieten. Een overzicht van de meest opvallende kenmerken:
- Geen hydraulische remmen — de remmen werden bediend via kabels. Een precisiewerkje: een slechte afstelling zorgde ervoor dat de Kever scheef remde
- Gasroller in plaats van gaspedaal — het gas geven ging met een rolmechanisme, geen conventioneel pedaal
- Semafoor richtingaanwijzers — uit de zijstijl klapte een “pinker” of “semafoor” open die de rijrichting aangaf. Bij de Kever Cabriolet zaten de pinkers lager, omdat er geen zijstijl was
- Geen benzinepeilmeter — de bestuurder moest met een houten peilstok in de benzinetank meten hoeveel brandstof er nog in zat
- 1100cc motor met 25 pk (1131cc) — krachtig genoeg om 100 km/u te rijden, maar bescheiden naar huidige maatstaven
- Één uitlaatpijp — in tegenstelling tot de twee uitlaatpijpen die latere Kevers kregen
Verbeteringen tijdens de productieperiode
Volkswagen stond niet stil tijdens de productieperiode van de Brilkever. Diverse verbeteringen werden doorgevoerd terwijl de auto al in productie was:
- De kabelremmen verdwenen en maakten plaats voor betrouwbaardere hydraulische remmen
- De Kever kreeg de kenmerkende uitklapbare tochtraampjes in de voorportieren
- De versnellingsbak werd gesynchroniseerd voor soepeler schakelen
- Ventilatiekleppen werden ingebouwd voor betere luchtcirculatie — maar bleken in de praktijk alleen maar tocht te veroorzaken en verdwenen na één jaar weer uit het ontwerp

Productieaantallen en zeldzaamheid
De Brilkever werd gebouwd van 1945 tot 1953. In die acht jaar rolden circa 390.000 exemplaren van de productielijn — nog geen 2% van de ruim 21 miljoen Kevers die in totaal zijn gebouwd. Dat relatief geringe aantal, gecombineerd met de hoge leeftijd van de auto’s, maakt goed bewaarde Brilkevers tegenwoordig uiterst zeldzaam en waardevol.
Na de Brilkever introduceerde Volkswagen in 1953 de Ovaal Kever, met een 50% groter achterraam voor beter zicht. De gedeelde achterruit verdween daarmee definitief uit het Kever-ontwerp.